
Hoe zorg je ervoor dat mbo-studenten zorg en welzijn AI-geletterd van school komen? Het nieuwe online platform AI Zorg Academy biedt trainingen, tools en onderwijsmateriaal dat opleiders, studenten en zorgprofessionals kunnen gebruiken om te leren over en experimenteren met AI. Mede-ontwikkelaar Douwe Hardenberg vertelt er meer over.
“Of je het als zorgprofessional of student nu leuk vindt of niet: je moet leren wat de kansen en valkuilen van kunstmatige intelligentie (AI) zijn. Je zult er namelijk hoe dan ook mee te maken krijgen.” Dat stelt Douwe Hardenberg, projectleider AI in de zorg namens DNA (de drie Noord-Nederlandse mbo-organisaties, zie kader).
Hij geeft twee voorbeelden: “Veel organisaties experimenteren nu al met spraakgestuurd rapporteren. Niet meer eindeloos typen, maar gewoon praten tegen je telefoon, terwijl AI de rest van het werk doet. Ook in steeds meer technologische hulpmiddelen zit AI verwerkt. Denk aan camera’s die worden gebruikt voor valdetectie. Die geven zelf een seintje als een cliënt is gevallen. Maar dan is het wel belangrijk dat medewerkers het dashboard kunnen lezen waarop deze val-informatie wordt gedeeld. Verschillende tools hebben bovendien allemaal andere interfaces; medewerkers moeten daarmee leren werken.”
Geen wondermiddel
AI kan bijdragen aan de kwaliteit van het werk en medewerkers vaak veel tijd besparen, vervolgt Hardenberg. “Als zorgprofessional kun je AI bijvoorbeeld gebruiken om snel informatie te zoeken, gesprekken voor te bereiden of een rapportage te schrijven. Maar AI is zeker geen wondermiddel. Zo zijn de antwoorden die AI genereert niet altijd volkomen betrouwbaar. Ook bevatten ze soms vooroordelen. Dat komt doordat AI-systemen getraind zijn met bestaande data. En als daarin fouten zitten, dan filtert AI die niet eruit.”
Mbo-studenten zijn zich daar niet altijd van bewust weet Hardenberg, die zelf negen jaar als docent in het mbo-onderwijs werkte. “Sommige studenten zijn vooral gefocust op het ‘olifantenpaadje’. Ze nemen graag een short cut door hun denkwerk uit te besteden aan een AI-chatbot. Alle informatie die zo’n chatbot aanreikt, nemen ze vervolgens ten onrechte voor waar aan.”
Het is belangrijk dat studenten zich bewuster worden van de mogelijkheden én tekortkomingen van AI-systemen, vindt Hardenberg. En dat geldt eveneens voor zorgmedewerkers. “Ze moeten goed weten waar AI kan ondersteunen in het werk. En wanneer er juist menselijke deskundigheid nodig is.”
AI-geletterdheid
In de Europese AI-verordening is vastgelegd dat overheden en organisaties verplicht zijn ervoor te zorgen dat hun personeelsleden AI-geletterd raken. Dit betekent dat zij begrijpen wat AI-systemen doen, hoe ze tot resultaten komen, waar ze fouten maken en hoe je daarmee omgaat. Hardenberg: “De verordening schrijft voor dat medewerkers AI-geletterd moeten zijn, maar zegt niet hóé je dat aanpakt. We gebruiken daar op het AI Zorg Academy-platform vier pijlers voor als uitgangspunt. Wij vinden het belangrijk dat zorgprofessionals en zorgstudenten zich hierin verdiepen.”
De eerste pijler is begrijpen. “Dan gaat het er bijvoorbeeld om dat je snapt hoe AI tekst en beeld genereert”, legt Hardenberg uit. De tweede is toepassen; weten hoe je de kennis praktisch inzet. “Bijvoorbeeld hoe je een goede prompt schrijft.” De derde pijler is kritisch denken. “Dit betekent dat je AI-uitkomsten beoordeelt op betrouwbaarheid, kwaliteit en mogelijke vooroordelen.” En de laatste pijler is samenwerken. “Dan gaat het erom te begrijpen welke taken AI kan ondersteunen en welke menselijk oordeel vereisen. En dat je verantwoordelijk blijft voor de uitkomst, ook als AI erbij betrokken was.”
Vernieuwingen sijpelen langzaam door
Als zorgstudenten al in de schoolbanken voorbereid worden op AI, heeft dat grote voordelen, stelt Hardenberg. “Zij brengen hun nieuwe kennis en vaardigheden dan mee naar de werkvloer. En ze kunnen hun collega’s gelijk meenemen in nieuwe AI-ontwikkelingen.”
Tot zover de theorie. Want in de praktijk gaat het meestal anders, weet Hardenberg. “Mbo-opleidingen werken met kwalificatiedossiers, waarin staat wat beginnende beroepsbeoefenaren moeten kennen en kunnen. Die dossiers worden eens in de vier tot vijf jaar herzien. Nieuwe ontwikkelingen krijgen doorgaans dus niet op heel korte termijn een plekje in curricula.”
Toevallig is het kwalificatiedossier voor verpleging en verzorging (binnen mbo Zorg en Welzijn) onlangs juist wél herzien, vertelt Hardenberg. “Dit is per augustus 2026 van kracht. In het dossier is er behoorlijk wat aandacht voor AI. Zorgopleidingen moeten er nu dus ook echt wat mee.”
Online platform
Opleiders die niet direct weten hoe dat AI-onderwijs handen en voeten te geven, kunnen onder meer terecht bij het online platform AIzorgacademy.nl. Dit wil (aankomende) zorgprofessionals AI-geletterd maken, zodat ze AI veilig, verantwoord en praktisch kunnen inzetten. “De content op het platform is geschreven in gewone taal en voor iedereen in Nederland gratis toegankelijk”, aldus Hardenberg.
Gebruikers vinden er materiaal waarmee ze zelfstandig kunnen leren. Dit is ontwikkeld voor mbo-studenten en zorgprofessionals. Maar er is ook een apart onderdeel voor docenten en begeleiders, met daarin werkvormen, lesmateriaal en handleidingen. “Dit kunnen docenten in hun eigen lessen verweven.”
Leerroutes
Op het platform staan zes leerroutes, die samen de belangrijkste thema’s van AI-geletterdheid dekken. Elke leerroute bestaat uit vijf tot zes modules van ongeveer tien minuten en kan op de telefoon doorlopen worden. Iedere module omvat kennis en opdrachten en wordt afgesloten met multiplechoicevragen.
Als deelnemers klaar zijn met de leerroutes, kunnen ze een eindtoets maken. “En als ze die halen, krijgen ze een certificaat waarmee ze aantonen dat ze AI-geletterd zijn”, vertelt Hardenberg. De projectleider geeft aan dat de AI Zorg Academy momenteel onderzoekt of het mogelijk is om hieraan ook microcredentials te koppelen: officiële erkenningen van korte, specifieke onderwijseenheden. “Ze worden herkend door werkgevers en hebben daarmee waarde voor de arbeidsmarkt”, legt hij uit.
Artikel uit ICT&Health magazine – door Femke van den Berg