Digitaalvaardig in de zorg

 
2.2.1 Risicoafweging 

In deze windrichting draait het om verantwoordelijkheid: in openheid bewust omgaan met risico’s, grenzen kennen, en besluiten nemen met moreel besef. En belangrijk hierbij is dat AI ondersteunt, maar nooit het professionele oordeel of de eindverantwoordelijkheid kan vervangen. 

Doel: zeker weten dat AI veilig en verantwoord binnen jouw professionele rol wordt gebruikt. 
Wanneer verplicht: altijd vóórdat AI wordt toegepast.  

Wat je doet: 
Classificeer het risiconiveau: 
Hoog risico (impact op gezondheid, veiligheid en fundamentele rechten): 
Er moeten hierbij twee afwegingen worden gemaakt. 
Maak je gebruik van herleidbare persoonsgegevens of vertrouwelijke data of onderwijsinhoud? 
Beïnvloedt AI zonder menselijke validatie beoordelingen of eindresultaten? 
 → In deze gevallen mag dit alleen worden gedaan in een gecontroleerde setting met een goedgekeurde (AI-)tool. 
Midden risico (risico van ontpersoonlijking, manipulatie en bedrog): 
Wanneer AI input kan hergebruiken voor eigen training, of voor andere onbedoelde toepassingen. 
→ Gebruik alleen met extra zorg en in een veilige tool of een veilige afgeschermde setting. 
Laag risico (algemene aanbevolen AI systemen): 
AI geeft suggesties die volledig door jou worden gecontroleerd. 
→ Gebruik zonder meer toegestaan. 

Neem duurzaamheid mee in je afweging: 
Vraag je af of rekenkracht, opslag of dataduur meer impact hebben dan nodig. 
 
Check op bias en ongelijkheid: 
Bepaal of er kans op vertekening of oneerlijke uitkomsten is 
→ Output aanpassen of niet gebruiken. 
 
Bespreek twijfels met collega’s. 
Samen beoordelen = betere waarborg. 

2.2.2 Registratie 

AI-gebruik hoeft niet altijd te worden vastgelegd. Voor niet-risicovol of informeel dagelijks gebruik – zoals voor brainstorms, taalhulp of het genereren van ideeën – geldt hetzelfde als bij Excel of het sparren met een collega: dat hoort bij het werk en vraagt geen aparte registratie. Medewerkers mogen vrij experimenteren met AI, zolang er geen vertrouwelijke of persoonsgegevens in niet-aanbevolen tools worden ingevoerd. 

Doel: Registratie maakt AI-gebruik navolgbaar en toetsbaar  
Wanneer verplicht: Registratie in het AI-register is verplicht wanneer AI een betekenisvolle rol speelt in een formeel product of wanneer er sprake is van hoog-risico gebruik 

Wat je doet: bepaal hoe AI-tools worden gebruikt 
Formeel gebruik: AI-output die deel uitmaakt van extern gedeeld materiaal (zoals tentamens, syllabi, onderwijsmodules, rapporten, richtlijnen, beleidsstukken of publicaties). 
Hoog-risico gebruik: AI-toepassingen die persoonsgegevens of vertrouwelijke gegevens verwerken, of die een directe rol spelen in toetsing en beoordeling.  
Informeel of laag-risico gebruik: Bij informeel of laag-risico gebruik (zoals brainstorm, taalhulp, ideeën) is geen registratie nodig, wél transparantie in het eindproduct. 

Wat registreer je: Tool, doel, context en gebruiker/auteur.  

2.2.3 Toolkeuze 

De keuze voor betrouwbare tools is gebaseerd op geloofwaardigheid, kwaliteit en integriteit.  

Doel: werken met veilige, betrouwbare en uitlegbare AI-toepassingen. 
Wanneer verplicht: Bij voorkeur altijd, maar met name bij midden of hoog risico gebruik. 

Wat je doet: werk in eerste instantie met de door het LUMC goedgekeurde tools. Wanneer dat niet haalbaar of voor handen is, gebruik deze zelfchecklijst: 
Alternatief? – Is er een veiliger, geschikter of verantwoordelijkere (PHEG geregistreerde) tool?   
Gegevensgebruik? – Worden er persoonsgegevens of vertrouwelijke data ingevoerd? –> Gebruik dan alleen een goedgekeurde tool. 
Veilige opslag? – Weet je waar de gegevens terecht komen en of deze veilig worden opgeslagen (AVG/GDPR compliant? Wordt een DPA (Data Processing Agreement) afgesloten met de leverancier?) 
Eigenaarschap? – Wie beschikt er over de output? Staat in de voorwaarden dat de aanbieder de output ook mag hergebruiken?  
Als deze vragen verantwoord kunnen worden beantwoord, kan de tool worden gebruikt voor laag- en midden-risico toepassingen. Voor hoog-risico toepassingen (zoals verwerking van persoonsgegevens, toetsing zonder menselijke controle of externe publicaties) is gebruik van een centraal goedgekeurde tool verplicht. 

2.2.4 Transparantie 

Bij transparantie gaat het om het zichtbaar maken van gebruik en de invloed van AI op een product, zodat vertrouwen en toetsbaarheid ontstaan.  
Doel: zichtbaar maken hoe AI heeft bijgedragen  
Wanneer verplicht: altijd wanneer AI invloed op een eindproduct heeft gehad 

Wat je doet: Bepaal eerst het gebruiksdoel, formeel of informeel  
Formeel gebruik (extern of midden/hoog-risico) – Vermeld in het eindproduct de gebruikte tool en het doel in een disclosurezin. Naast disclosure in het eindproduct (rapport, publicatie, toetsmateriaal) wordt de toepassing ook opgenomen in het AI-register.  
Informeel gebruik (laag/midden-risico, intern) – Vermeld in het eindproduct hoe en door wie AI is gebruikt, bijvoorbeeld in een verslag of presentatie. 
Voorbeeldzinnen: 
“In deze notitie is AI ingezet voor taalcorrectie; de inhoud is volledig gecontroleerd door de auteur.” 
“AI is gebruikt om ideeën te genereren, waarna de selectie en redactie door [medewerker] zijn uitgevoerd.” 

2.2.5 Borging 

Door goede borging binnen de organisatie leer en ontwikkel je collectief en voorkom je systematische ongelijkheid of willekeur in het gebruik van AI. Het zorgt voor gelijke maat, rechtvaardigheid en lerend vermogen binnen de organisatie.  

Doel: zorgen dat AI-gebruik eerlijk, actueel en verbonden blijft met onze waarden. 

Wat je doet: 
Spreek met elkaar in een open cultuur over het gebruik van AI, de mogelijkheden en beperkingen en ondersteun het gebruik met een doorlopende scholing.  
Evalueer het gebruik. Kleine toepassingen vragen om een korte reflectie; grotere toepassingen vragen om monitoring en bijstelling. Zo blijft het gebruik verantwoord en actueel. 
Blijf leren. Volg doorlopend scholing en deel (routinematig) ervaringen.