Digitaalvaardig in de zorg

Digivaardigindezorg

Vraag gewoon eens: hoe wil je dat ik het uitleg?

Waarom pakt de ene medewerker nieuwe technologie direct op, terwijl de ander afwachtend reageert? Volgens generatie-expert Miriam Boer heeft dat vaak minder te maken met leeftijd dan met de tijd waarin iemand is opgegroeid. Hoe je geleerd hebt te werken en welke veranderingen je hebt meegemaakt zijn relevant. In haar werk ziet ze hoe verschillende generaties elkaar kunnen versterken, mits er ruimte is voor begrip in plaats van aannames. Voor digicoaches ligt daar een belangrijke sleutel. “Het helpt enorm als je begrijpt in welke context iemand is opgegroeid. Dan kun je veel beter aansluiten.”

Van NS-piano naar generatievraagstuk

Miriam: Ik ben tien jaar verantwoordelijk geweest in het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis voor onder andere onderwijs en later ook innovatie. Vorig jaar heb ik mijn baan opgezegd omdat ik me steeds meer zorgen maakte over hoe we jonge medewerkers behouden voor de zorg. Ik wilde daar meer mee doen en ben me daarom volledig gaan richten op het verbinden van generaties. Nu geef ik veel lezingen en workshops over hoe je generaties met elkaar kunt verbinden.

Mijn fascinatie voor generaties begon al veel eerder. Ongeveer vijftien jaar geleden werkte ik bij NS Stations. Een trainee kwam daar met het idee om een piano op stations te plaatsen. In eerste instantie dachten veel mensen: dat kan niet. Er was weerstand en er waren genoeg redenen te bedenken waarom het niet zou werken. Toch zijn we ermee verdergegaan. Uiteindelijk staat die piano er vandaag de dag nog steeds.

Voor mij was dat een prachtig voorbeeld van hoe verschillende generaties elkaar nodig hebben. Die ervaring wekte mijn nieuwsgierigheid en bracht me ertoe de kracht van generaties verder te onderzoeken. Jongeren komen vaak met nieuwe, frisse ideeën. Andere generaties brengen de kennis en ervaring mee om die ideeën verder te ontwikkelen en succesvol te maken. Juist die combinatie maakt het verschil.

Aannames zijn de grootste valkuil

Alle generaties vinden dat de generatie na hen luier en verwender is. En jonge generaties vinden ouderen weer stom, suf of oubollig. Terwijl ik ook gewoon superbevlogen zestigjarigen ken. Ik denk dat we veel aannames over elkaar hebben.

In workshops laat ik mensen kaartjes aan verschillende generaties koppelen. Dat is echt hilarisch, want dan zie je hoeveel aannames we over elkaar hebben. Dan zegt de een: dit hoort echt bij jouw generatie. En dan zegt de ander: nee, dit hoort juist bij mij.

Mijn boodschap is eigenlijk altijd: blijf naar het individu kijken. Maar het helpt wel om meer begrip te hebben voor de tijdgeest waarin mensen zijn opgegroeid. Dan begrijp je gedrag beter, ook als je het er niet altijd mee eens bent.

Wat digicoaches kunnen meenemen

Wat ik veel terugkreeg na lezingen, is dat mensen gedrag beter kunnen plaatsen als ze begrijpen in welke context iemand is opgegroeid. Als je altijd heel hiërarchisch bent opgeleid en alles zelf moest uitzoeken, dan ga je niet snel een hulpvraag stellen. Als je gewend bent stap voor stap te leren, dan werkt een losse ontdekoefening minder goed.

Het helpt om de context te begrijpen. Tegen een Gen Z’er zeg ik vaak: we hebben drie smaken, wat spreekt je het meeste aan? Zij zijn opgegroeid met zelfregie en keuzes. Bij een generatie X’er werkt dat vaak anders. Die kijkt je aan en denkt: jij bent toch de expert? Dan geef ik liever één duidelijke aanpak.

Maar blijf altijd naar het individu kijken. Het helpt alleen om nét wat meer aansluiting te vinden.

Leren begint met één vraag

Vraag gewoon eens: hoe wil je dat ik het uitleg? Vind je het fijn als ik het stap voor stap met je doorneem? Wil je alleen de hoofdlijnen? Wil je eerst zelf de handleiding lezen? Wil je een filmpje? Of wil je gewoon experimenteren terwijl ik meekijk?

Alleen die ene vraag kan al enorm veel doen voor iemands motivatie. Meestal bedenken we van tevoren hoe we iets gaan uitleggen, zonder eerst te vragen wat iemand nodig heeft.

Wat generaties van elkaar kunnen leren

Generatie X is heel kwaliteitsbewust. Ze zijn altijd bezig met waar het proces beter kan. De pragmatische generatie is sterk in resultaatgerichtheid en helpt voorkomen dat we verzanden in eindeloos overleg. Generatie Y zijn echte verbinders. Zij weten altijd wel iemand te vinden die kan helpen en leggen gemakkelijk nieuwe verbindingen. Generatie Z heeft – net als iedere jonge generatie – een scherp oog voor efficiëntie. Maar omdat zij zijn opgegroeid in een wereld waarin technologie veel handelingen vereenvoudigt, zijn zij gewend dat informatie nog sneller beschikbaar is en processen soepeler verlopen.

Jonge generaties stellen vragen “waarom doen we dit überhaupt?” En ik hoor mezelf regelmatig antwoorden: omdat dat verplicht is, omdat we altijd zo doen of omdat het afgesproken beleid is. Maar dat slaat eigenlijk nergens op. De vraag dwingt me om opnieuw na te denken over de manier waarop we problemen proberen op te lossen. Dat vind ik zo leuk aan jonge generaties: de verwondering waarmee ze kijken naar processen die voor anderen vanzelfsprekend zijn geworden.

Vertrouwen wint van weerstand

Mensen die al jarenlang innovaties en implementaties hebben meegemaakt, zijn niet per definitie ongemotiveerd. Ze hebben vaak ervaren dat beloftes niet altijd zijn uitgekomen. Ik vind dat we daar meer begrip voor mogen hebben.

Als iemand weerstand heeft, vraag ik: neem me eens mee. Dan vertellen mensen vaak heel waardevolle dingen. Laatst zei ik bij een implementatie: over deze drie punten van feedback heb ik nagedacht en dit heb ik uitgezocht. Deze twee punten vind ik een terecht bezwaar en daar kom ik op terug. Toen zei iemand: je bent de eerste projectmanager die echt naar me luistert. Eigenlijk had ik hem daarmee al mee, omdat ik hem serieus nam.

Ik denk dat vertrouwen vaak belangrijker is dan motivatie. Wat heeft iemand meegemaakt waardoor dat vertrouwen is afgenomen? Als je dat begrijpt, kun je veel succesvoller veranderen.

Van klaagmuur naar wensmuur

Een werkvorm die ik veel gebruik, is de klaagmuur en de wensmuur. Eerst mogen mensen alles op de klaagmuur zetten. Waarom werkt iets niet? Waar zitten de frustraties? Dat is helemaal niet erg.

Daarna vraag ik: wat is er nodig om van die klaagmuur een wensmuur te maken? Hoe kunnen we die bezwaren omdenken naar iets positiefs? Dat werkt fantastisch. Je geeft ruimte aan frustratie, zonder erin te blijven hangen. Samen ga je op zoek naar wat er wél nodig is.